Boogschieten

Het boogschieten staat al op het programma van de Paralympische Spelen vanaf de allereerste editie in Rome in 1960.

De spelers moeten pijlen schieten naar een doel met tien concentrische cirkels. Een schot in de binnenste ring (de roos) levert tien punten op. Elke zone vanaf het midden is één punt minder waard dan de zone ervoor.

Op de Paralympische Spelen gelden dezelfde technische vereisten als op de Olympische Spelen. De atleten schieten 72 pijlen naar een doel met een diameter van 122 cm op een afstand van 70 m. Ze kunnen dus maximaal 720 punten verdienen.

De atleten kunnen individueel of in team aan de competities deelnemen.

Het boogschieten staat open voor alle fysieke handicapgroepen met een functieverlies (paraplegie, tetraplegie, amputaties, …) of visuele handicapgroepen (deze laatste categorie is geen paralympische sport).

Classificatie

Het classificatiesysteem van de atleten maakt een onderscheid tussen drie categorieën:

  • Open: atleten in een rolstoel met een functieverlies aan de benen of rechtopstaande atleten met een evenwichtsstoornis. 
  • W1: atleten in een rolstoel met een functieverlies aan de benen en armen, en een beperkte rompcontrole.
  • V1, V2/3: atleten met een visuele handicap (blind of slechtziend). 

 

Internationale federatie

World Archery (WA) coördineert het boogschieten op internationaal niveau. De internationale federatie bepaalt de competitie- en classificatieregels in samenwerking met het IPC (Internationaal Paralympisch Comité).

Liga's

Wilt u meer weten over het boogschieten in België? Neem een kijkje op de website van Parantee-Psylos en LHF, de leden van BPC.